Deze zomer trekken we met al onze afdelingen
naar buiten. We hebben al lang genoeg binnen gezeten…

GoodPlanet en Bellenbos dagen ons uit met creatieve, uitdagende en verkennende opdrachten in de natuur.
Wateronderzoek, zintuigentocht, bosvoetbal, strobalenkampenbouw, boomkruinwandelen, het kan allemaal!

Op het einde van deze zomer delen we graag een inspiratiebox voor iedereen die zelf met een groep kinderen of jongeren de natuur wil beleven.

Met dank aan Generatie Veerkracht – het actieplan voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren in tijden van corona. Dit plan werd mogelijk gemaakt dankzij minister Benjamin Dalle (Vlaamse Overheid).

 

Minor-Ndako begeleidt elk jaar meer dan 300 kwetsbare kinderen en jongeren. Die worden vaak doorverwezen door CLB’s, de politie of de jeugdrechtbank. Stein en Wannes werken in de leefgroep Koala te Dilbeek als begeleider van 11 kleuters en lagere schoolkinderen. Toen de corona-lockdown begon, gingen zij met drie kinderen samen in quarantaine.

Wannes: “Hier wonen elf kinderen waar wij samen met acht collega’s voor zorgen. De meeste kinderen gaan naar een schooltje in de buurt, de rest van de dag zijn ze bij ons. Waar kan houden we contact met de ouders, en sommige kinderen gaan in het weekend naar huis. Maar dat is niet altijd mogelijk, door de omstandigheden thuis.”

Stein: “Wij zijn eigenlijk een vervang-gezin voor kinderen met een moeilijke thuissituatie. Zij verblijven hier enkele maanden tot enkele jaren, in de hoop daarna terug naar huis te kunnen. Als dat niet mogelijk is, zoeken we een pleeggezin of vervolgopvang wanneer ze 12 jaar zijn.”

Wannes: “In de leefgroep begeleiden wij hen in hun dagelijks leven. We proberen dit zo warm mogelijk te doen, zoals in een gezin: ’s morgens opstaan en ontbijten, op tijd naar school, nadien zijn er huistaken en hobby’s, we eten samen, spelen vaak spelletjes, ze moeten op tijd in bad en in bed, enzovoort. Wij proberen met de kinderen een zo normaal mogelijk leven te leiden en hen zoveel mogelijk kansen te bieden.”

Stein: “Elk kind heeft een individuele begeleider die nauw contact houdt, stilstaat bij wat er allemaal in die hoofdjes omgaat en waar dat kind het moeilijk mee heeft. Die begeleider staat ook in voor de opvolging van medische zaken, contacten met familie en school, sociale contacten buiten de leefgroep, enzovoort. Als team houden wij elkaar op de hoogte via een logboek, mails, berichtjes en onze wekelijkse teamvergadering.”

Wannes: “Door de corona-lockdown moesten wij plots heel onze manier van werken omgooien. We leerden de kinderen om hun handen vaak te wassen en in hun elleboog te niezen, maar al snel bleek dat er veel meer nodig was. Bedrijven en scholen gingen dicht, maar dat was voor ons onmogelijk.”

“Elf kinderen in lockdown in één huis is moeilijk realiseerbaar, laat staan vol te houden”

Stein: “Omdat elf kinderen in lockdown in één huis moeilijk realiseerbaar was, laat staan vol te houden, hebben we heel onze werkplanning omgegooid. Drie kinderen die tegen de zomer naar een pleeggezin gingen, zijn met akkoord van die pleegouders en de jeugdrechter versneld mogen doorstromen. Twee kinderen vonden opvang bij familie. En twee collega’s hebben tot na de paasvakantie één en twee kinderen in hun eigen gezin opgenomen.”

Wannes: “Twee broertjes van 7 en 11 en een jongen van 12 jaar bleven in de leefgroep. In plaats van onze gewone dag- en nachtshiften te doen, zijn we per twee een hele week dag en nacht in de leefgroep gebleven. Om de week gingen twee collega’s bij de drie jongens in quarantaine.”

Stein: “In het begin voelden onze jongens zich de koning te rijk. De eerste dag leek het wel vakantie. Ze vonden dat ze gewoon hun goesting mochten doen, bij het eten hun voeten onder tafel steken en voor de rest niks doen. Hoe zou je zelf zijn?”

Wannes: “We hebben dan samen aan tafel gezeten, de regels en afspraken besproken, en bekeken hoe we er een leuke tijd van kunnen maken. Al snel hebben we daar samen ons ritme en rust in gevonden, we waren precies een gewoon gezinnetje. De weken nadien zijn heel aangenaam verlopen met vele leuke en warme momenten.”

Stein: “Waar we eerst nog strijd moesten voeren om de tafel te dekken of af te ruimen, ging dat nadien vanzelf. Zo leerden ze bijvoorbeeld al snel om ook eens alleen te spelen, en niet altijd iedereen op te eisen. De drie jongens hadden onderling een heel goede band en ten aanzien van ons waren ze heel rustig. Ze hebben dat heel goed gedaan.”

 

“Met twee begeleiders in beurtrol voor elf kinderen staan, is een heel andere dynamiek dan met z’n vijven samen wonen”

 

Wannes: “Met twee begeleiders in beurtrol voor elf kinderen staan, is een heel andere dynamiek dan met z’n vijven samen wonen. In een grote groep ben je soms al blij dat alle lopende zaken vlot verlopen. Sommige kinderen geraken overprikkeld door de drukte. Als begeleider moet je dan veel tijd steken om gedrag te corrigeren, dat is erg vermoeiend en ook voor de kinderen zelf niet fijn.”

Stein: “In kleine groep bijsturen is makkelijker. Dat wij er elke dag waren, gaf voor de kinderen ook een heel ander gevoel dan begeleiders die in shiften komen en gaan. Wij konden veel sneller inspelen op dingen die gebeurden. Dat kon evengoed een pluim zijn wanneer ze spontaan de tafel afruimden, als een opmerking wanneer ze binnen met een bal speelden.”

Wannes: “In kleine groep kan je meer bereiken. Normaal moeten ze bijvoorbeeld ’s morgens tot zeven uur in bed blijven. Nu mochten ze opstaan zodra de zon opkwam, en beneden tv kijken of al ontbijten. Dat was een goed voorbeeld van wat we bedoelden met ‘geven en nemen’. Als dat goed liep, konden wij dat toelaten. Moesten zij er ’s morgens een puinhoop van maken, zouden wij dat niet meer toelaten. Maar met elf kinderen kan je dat niet uitproberen. Met drie kinderen wel.”

Stein: “We konden ook veel meer individuele aandacht geven. In gewone tijden hebben wij geen tijd om bijvoorbeeld samen een computerspelletje te spelen, terwijl je zo wel veel dichter bij hun leefwereld geraakt.”

 

“Hoe kunnen we meer rust inbouwen in onze gewone werking?”

 

Wannes: “Dat het in kleine groep veel rustiger verliep, was best wel confronterend. Want ook in een grotere groep zijn rustmomenten nodig. Vergeet niet dat het kinderen zijn met heel wat bagage, wat zich vaak uit in negatief gedrag. Door die corona-omstandigheden zijn we veel beginnen nadenken over hoe ons systeem van leefgroepen in elkaar zit en hoe we meer rust kunnen inbouwen in onze gewone werking.”

Stein: “De dynamiek van een grote groep is heel anders dan een kleine groep. Je zou eigenlijk moeten durven zeggen dat een leefgroep van elf kinderen te veel is.”

Wannes: “Na de paasvakantie kwamen er vijf kinderen terug naar de leefgroep en zijn we weer overgeschakeld naar onze gewone shiften. Met twee of drie begeleiders een hele week dag en nacht instaan voor acht kinderen zou immers te zwaar zijn. Als begeleider heb je zelf op tijd je rust en ademruimte nodig. Een drukke dag met acht of elf kinderen, is vermoeiender dan een week met drie kinderen.”

Stein: “Na de paasvakantie gingen de kinderen van de leefgroep ook terug naar school. Zij moesten online-aanlooplessen volgen, maar wij hebben niet voor iedereen een computer om per webcam les te volgen. Gelukkig konden ze terecht in de noodopvang, waar ze begeleid werden door leerkrachten om hun taken te maken. Die ondersteuning was geweldig, daar hebben ze heel veel aan gehad. Hun schoolprestaties hebben niet geleden onder de lockdown.”

Wannes: “Overigens is het voor de andere kinderen ook zeer goed verlopen. Zij moesten uiteraard terug overschakelen van gezinsregels naar leefgroepregels, dat moesten we wel kort opvolgen. Maar die hebben snel hun draai teruggevonden.”

Stein: “Ook de twee collega’s die één of twee kinderen in hun gezin hadden opgenomen, waren heel positief. Het was soms wat aanpassen met die extra kinderen in huis, maar dat is heel goed meegevallen. De corona-pauze is voor iedereen een positieve ervaring geweest.”

Wannes: “Door de corona-pauze hebben we heel onze manier van werken moeten omgooien. Maar we zijn hier samen goed doorgekomen en het heeft ons een bredere kijk gegeven. Corona heeft dus toch ook zeker iets positiefs opgebracht.”

Met het verschijnen van het coronavirus doken op korte tijd heel praktische onzekerheden en problemen op. Dat het geen evidente periode zou worden, bleek al snel, en dat geldt nog temeer voor kinderen en jongeren uit de bijzondere jeugdzorg die plots uit hun vertrouwde routine worden geslingerd. In een knap geschreven verhaal, dat is te vinden op de website van Sociaal.Net, bundelt Marijn Sillis zes getuigenissen van jongeren uit de jeugdhulp. Een interessante blik in de leefwereld van jongeren tijdens corona. Lees het volledige artikel hier.

In het project Minor L!nk zetten we in op de kracht van ervaringsdeskundigheid. Dit komt onder andere tot uiting in het parcours dat de jongeren eind 2019 hebben afgelegd. Samen met ‘Link in de kabel’ brachten ze namelijk hun persoonlijke verhaal -letterlijk- in beeld. Want wie kan er beter getuigen over de moeilijkheden om je als niet-begeleide minderjarige in een compleet nieuw land te vestigen dan iemand die het zelf heeft meegemaakt?

Het resultaat? Openlijke gesprekken over onzekerheid, taalobstakels, de afwezigheid van vrienden of familie en over het ver weg te zijn van alles wat tot dan toe bekend was. Naast een inkijk in hun rijke ervaringswereld geven de jongeren ook tips ‘n tricks mee voor zowel lotgenoten als hun begeleiders. Op die manier willen ze hen behoeden voor eventuele valkuilen of fouten die ze zelf hebben gemaakt, maar evengoed moedigen ze hen aan het geloof en de hoop nooit te verliezen. Als rolmodel herinneren ze andere jongeren eraan om ook steeds in henzelf te geloven.

Een aantal van deze filmpjes kan je hieronder bekijken.

De coronacrisis treft dan wel de hele maatschappij, maar voor kinderen en jongeren die in een leefgroep verblijven komt dat dubbel zo hard aan. Naar buiten gaan is geen optie meer, hobby’s worden noodgedwongen on-hold gezet en door de onmogelijkheid om vrienden of familie op te zoeken loert de eenzaamheid steeds om de hoek. De Standaard wijdde een artikel aan hoe bijzondere jeugdzorg deze bijzondere tijden weet te overkomen. Klik hier om het artikel nu te lezen.

 

Met dank aan journalisten  Marjan Justaert en Yves Delepeleire en illustrator Jip Van Den Toorn.

Op 4 februari 2020 verwelkomden Minor-Ndako en het Kinderrechtencommissariaat meer dan 400 mensen op de infodag met panelgesprek over de leefwereld van jonge Afghaanse vluchtelingen.

Wat hebben ze nodig? Wat houdt ze tegen om te groeien? En hoe kunnen we tegenstrijdige bezorgdheden verzoenen? Vertrekkend van de beleving van jongeren zochten we houvast, kansen en valkuilen. Centraal stond het belevingsonderzoek van Davud Mirza. Hij sprak met 21 Afghaanse jongeren die wettig in België verblijven en organiseerde een focusgroep met de jongeren om zijn bevindingen te toetsen. Hij praatte ook met vijf experten.

 

Download hier de presentaties:

Belevingsonderzoek Davud Mirza
Presentatie Davud Mirza
Algemene presentatie infodag
Welkomswoord door Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens
Slotwoord door directeur Minor-Ndako David Lowyck

 

We verdiepten ons in vijf invalshoeken die belangrijk zijn voor wie met Afghaanse jongeren werkt of het beleid uittekent:

  • Hoe ga je om met het spanningsveld tussen studeren, geld verdienen en voor de familie zorgen?
  • Wat helpt Afghaanse jongeren bij hun ‘integratietrajecten’? Welke pijnpunten zien ze zelf?
  • Wat ervaren Afghaanse jongeren als goede begeleiding? Hoe ontstaan conflicten en onderlinge spanningen?
  • Hoe ondersteun je Afghaanse jongeren om hun rugzak te dragen?
  • Hoe willen Afghaanse jongeren zichzelf organiseren en een krachtig netwerk vormen?

Tijdens de panelgesprekken onder leiding van Phara de Aguirre hoorde u volgende personen:

  • Karen Six, Stafmedewerker Minor-Ndako
  • Griet Braeye, voogd van Afghaanse jongeren en leerlingenbegeleidster
  • Ine Lanckriet, leerkracht onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers
  • Ruth Kusé, coördinator OTA Antwerpen, interculturele bemiddeling en coaching
  • Musti Önlen, educatief medewerker (Limburg) Internationaal Comité vzw
  • Chloe Guepdjouo, klinisch psycholoog Solentra – UZ Brussel
  • Liesbet Wuyts,‎ medewerker CAW Vilvoorde, voogd
  • Veerle Yskout, juriste OCMW Leuven
  • Marjan Ghulam Mohammad, OKAN-leerlinge
  • Mir Abdul Hadi, voorzitter van de Afghaanse vereniging te Hasselt

Bedankt aan Davud Mirza, alle deelnemers, panelleden, Phara de Aguirre en Kinepolis Leuven om er mee een boeiende infodag van te maken.

Ons eerste gerealiseerde voornemen voor 2020 is een feit: de stem van de jongeren meer laten horen. Letterlijk deze keer, met dank aan De Standaard, want eerder deze week lanceerde ze een podcast waarin jonge vluchtelingen zélf aan het woord zijn. Welke ervaringen hebben zij met hun nieuwe thuisland? Kunnen ze hun dromen hier waarmaken? Of koesteren ze de hoop om ooit naar hun oorspronkelijke geboorteland terug te keren?
Beluister hier de boeiende podcast met Zia, die ooit zelf als minderjarige vluchteling in België terechtkwam en zich nu inzet voor lotgenoten via project Minor-L!nK.

Deze infodag is helaas volzet. Inschrijven is niet meer mogelijk.

Minor-Ndako en het Kinderrechtencommissariaat nodigen u graag uit op 4 februari 2020 voor de infodag met panelgesprek over de leefwereld van jonge Afghaanse vluchtelingen.

Wat hebben ze nodig? Wat houdt ze tegen om te groeien? En hoe kunnen we tegenstrijdige bezorgdheden verzoenen? Vertrekkend van de beleving van jongeren zoeken we houvast, kansen en valkuilen.

Centraal staat het belevingsonderzoek van Davud Mirza. Hij sprak met 21 Afghaanse jongeren die wettig in België verblijven en organiseerde een focusgroep met de jongeren om zijn bevindingen te toetsen. Hij praatte ook met vijf experten.

We verdiepen ons in vijf invalshoeken die belangrijk zijn voor wie met Afghaanse jongeren werkt of het beleid uittekent:

  • Hoe ga je om met het spanningsveld tussen studeren, geld verdienen en voor de familie zorgen?
  • Wat helpt Afghaanse jongeren bij hun ‘integratietrajecten’? Welke pijnpunten zien ze zelf?
  • Wat ervaren Afghaanse jongeren als goede begeleiding? Hoe ontstaan conflicten en onderlinge spanningen?
  • Hoe ondersteun je Afghaanse jongeren om hun rugzak te dragen?
  • Hoe willen Afghaanse jongeren zichzelf organiseren en een krachtig netwerk vormen?

Davud Mirza leidt de verschillende invalshoeken in. U hoort panelgesprekken onder leiding van Phara de Aguirre en getuigenissen van Afghaanse jongeren.

De panelleden:

  • Karen Six, medewerker vorming en inhoudelijke thema’s Minor-Ndako
  • Mustafa Önlen, educatief medewerker Internationaal Comité (IC) vzw
  • Griet Braeye, voogd van Afghaanse jongeren
  • Ruth Kusé, coördinator OTA Antwerpen, interculturele bemiddeling en coaching
  • Chloe Guepdjouo, klinisch psycholoog Solentra – UZ Brussel
  • Liesbet Wuyts, hulpverlener AOB Vilvoorde en Projectmedewerker AOB Tervuren, CAW Vilvoorde
  • Ine Lanckriet, leerkracht onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers
  • Veerle Yskout, juriste OCMW Leuven
  • Marjan Rezayi, OKAN-leerlinge
  • Mir Abdul Hadi, voorzitter van de Afghaanse vereniging te Hasselt

We sluiten af met een korte synthese door David Lowyck, directeur van Minor-Ndako.

Daarna nodigen we u uit op de netwerklunch met broodjes.

Volg of reageer op twitter @KRcommissaris #KRCvluchteling of via Facebook @minorndako en @kinderrechtencommissariaat

Praktisch

Deze infodag is volzet. Inschrijven is helaas niet meer mogelijk.

–> 4 februari 2019
–> Onthaal vanaf 9.00 uur
–> Start om 9.30 uur
–> Einde voorzien om 12.30 uur (gevolgd door netwerklunch met broodjes)
–> Kinepolis Leuven (Bondgenotenlaan 145-149 Zaal 4, 3000 Leuven)

Bekijk de uitnodiging hier als pdf-formaat.

Met dank aan Kinepolis Leuven voor het gebruik van de zaal.

“Brussel weet geen raad met Maghrebijnse straatkinderen”, zo valt er te lezen in De Standaard van 3 december 2019. Sinds enkele maanden is er inderdaad sprake van een specifiek probleem in enkele Brusselse wijken. Een tien- tot twintigtal zeer jonge kinderen verblijft er permanent op straat. Overleven doen ze door het plegen van kleine misdrijven en straatcriminaliteit. Minor-Ndako pleit voor een gecoördineerde ketenaanpak die niet alleen vertrekt vanuit het principe van kinderrechten, maar ook het perspectief van de kinderen zelf aan bod laat komen. Bovendien mogen we de signalen van mogelijke mensenhandel niet zomaar naast ons neerleggen. Niet meer dan vanzelfsprekend dus dat Minor-Ndako zich al sinds enkele maanden het lot van deze niet-begeleide kinderen aantrekt en zich, samen met de partners uit het werkveld, engageert om hun situatie in het mate van het mogelijke te verbeteren.

Klik hier om het volledige artikel te lezen.

 

Het Mina-team rondde net het Europees pleegzorgproject “Fostering Across Borders” af. Samen met de collega’s van Mentor Escale en IOM deelden we onze kennis en ervaringen met ander EU-landen. En samenwerken, dat loont, want zo behaalden we knappe doelstellingen. Het bewijs daarvan kun je nalezen via deze link. Heb je liever een pdf-versie van de informatiebrochure? Klik dan op de afbeelding hieronder. Neem zeker een kijkje en deel gerust!