Een minderjarige kan in ons rechtssysteem geen rechtshandelingen stellen. Daarom heeft een minderjarige die alleen wordt aangetroffen, zonder ouders of wettige voogd, iemand nodig die de minderjarige vertegenwoordigt in rechte en zijn of haar belang verdedigt.
Door de ratificatie van het Kinderrechtenverdrag is België verplicht om een voogdijsysteem uit te werken maar allerlei factoren maken dat dit op de lange baan geschoven wordt. Tot de zaak Tabitha in 2002 de kwestie urgent maakt.
Als er geen voogd is, dan zijn het medewerkers van de opvang (federaal of jeugdhulp) die de jongere vertegenwoordigen in rechtshandelingen. Ze geven info over verblijfsprocedures, vergezellen de jongere bij de bevoegde diensten, vragen vervolghulp, … Het roept de vraag op hoe opvangmedewerkers het belang van de jongere neutraal kunnen verdedigen als ze zo dicht verweven zijn met hun dagelijks leven.
’t Huis en Minor-Ndako hebben elk een jurist in dienst om deze zaken (mee) op te volgen (maar die staan ook heel dicht bij die jongeren).
In 2004 is het eindelijk zo ver. De oprichting van dienst Voogdij, de werving van voogden, de eerste toewijzingen …
Dit leidt tot volgende commentaren
(Jaarverslag Minor-Ndako 2004)
Sinds de voogdij haar intrede deed, heeft elke buitenlandse niet-begeleide minderjarige recht op een voogd die de jongere volgt van bij zijn eerste contact met de overheid tot wanneer hij het land verlaat of meerderjarig wordt. De voogd staat de jongere bij in alle juridische handelingen en heeft een superviserende rol bij het begeleidingswerk.
Het was me wat die eerste maanden, met de implementatie van die regelgeving. Er werden onvoldoende voogden gevonden. Een tijdje kregen we zelfs geen nieuwe jongeren aangemeld omwille van het gebrek aan voogden.
Voogden werkten vaak op een eigenzinnige manier. De ene voogd kwam wekelijks langs terwijl de andere op cruciale momenten nergens te bespeuren viel. Ik hoef je wellicht niet te vertellen dat dit voor de jongeren heel verwarrend werkte.
De afstemming van de taken tussen begeleiders en voogden liep evenmin van een leien dakje. Er werd dubbel werk geleverd terwijl andere juridische of administratieve stappen niet werden opgenomen. Het wekte wrevel bij de begeleiders die vroeger zeer secuur omgingen met de procedure en het gevoel hadden in te boeten aan kwaliteit van dienstverlening.
Wrevel en frustratie dus. Elders in het jaarverslag staat ook dat slechts 14 van de 27 NBM dat jaar een voogd hadden gekregen. Maar geleidelijk aan groeit een praktijk bij de voogden zelf, samenwerkingsafspraken tussen de betrokken diensten, vooral de laatste jaren, de ondersteuning vanuit Dienst Voogdij. De verschillen tussen voogden blijven, maar daar zit ook een rijkdom in. Sommigen zijn vertrouwd met de wereld van de jeugdpsychiatrie of kunnen doorheen het druggebruik en moeilijk gedrag het gekwetste kind blijven zien.
Dat de voogd onmisbaar is geworden, werd duidelijk in 2022. Door de oorlog in Oekraïne komt een vluchtelingenstroom op gang waaronder heel wat niet-begeleide minderjarigen. Dit leidt tot een tekort aan voogden. De jongeren die geen voogd hebben voelen dit op verschillende manieren: geen vertegenwoordiger in rechte waardoor de verblijfsprocedure niet kan opgestart worden, geen toegang tot Groeipakket of ziekteverzekering, geen bankrekening, geen persoonlijke aandacht en opvolging, …
Vandaag zijn de voogd en Dienst Voogdij een onmisbare schakel in de opvang en bescherming van niet-begeleide minderjarigen.
Het kinderrechtenverdrag stelt dat kinderen best in het eigen gezin opgroeien. Als dat niet mogelijk is moet de overheid opvang, bescherming en passende zorg bieden. Dat geldt voor alle kinderen, dus ook voor niet-begeleide minderjarigen en ook zonder asielaanvraag. Eind jaren ’90 moest de opvang en bescherming van Niet-Begeleide Minderjarigen nog uitgewerkt worden in de verblijfswet, voogdijregeling, opvang, …
Het is de beginperiode van de hulpverlening aan NBM:
- De federale overheid is bevoegd voor de opvang van asielzoekers en dus ook van “AMA’s”, Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers
- Geleidelijk komen er ook initiatieven voor vervolghulp: Mentor-Escale (Brussel) (vanaf 1993) en Joba vzw (1999).
- ’t Huis in Aalst (Jeugdzorg Vlaamse Gemeenschap) biedt opvang aan NBM die geen asiel aanvragen.
In het voorjaar van 2002 publiceert Child Focus een studie van Heidi De Pauw: ‘De verdwijning van niet-begeleide minderjarigen en minderjarige slachtoffers van mensenhandel in België’. Het is een analyse van de verdwijningen die bij CF gemeld werden in 2001. Van de 255 openstaande verdwijningsdossiers van NBM zijn er 64 met een duidelijke link naar mensenhandel (economische en vooral seksuele uitbuiting).
In de maanden die volgen starten verschillende opvanginitiatieven voor NBM:
- Minor-Ndako in Brussel, leefgroep El Paso van Association Dénamur in Gembloux en Esperanto Mena, uitsluitend voor NBM slachtoffers van mensenhandel, maar op een geheim adres. Deze initiatieven zijn telkens gefinancierd door de Jeugdhulp van respectievelijk de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
- Een speciaal geval is Ons Tehuis in Ieper met 2 opvangeenheden voor AMA’s, De Lier en De Bilck. Ze hebben federale middelen (financiering als LOI-plaatsen aangevuld met middelen uit het Europees Vluchtelingenfonds). De voorzitter van het OCMW van Ieper is de voogd van de jongeren die er opgevangen worden. Bij verhuis uit de regio vervalt de voogdij.
In maart 2002 neemt DVZ een dienstnota in gebruik die een procedure instelt m.b.t. de duurzame oplossing voor het verblijf van de NBM. De procedure voorziet 3 mogelijke duurzame oplossingen:
- Hereniging met het gezin in het land van herkomst of elders.
- Terugkeer naar het herkomstland met garanties voor de opvang en bescherming (vb. bij familie of in jeugdhulpvoorziening).
- Regularisatie van het verblijf.
Aangezien er in die periode nog geen voogden zijn, bepaalt DVZ eigenmachtig wat het belang van de minderjarige is. Al snel volgt een dramatische illustratie:
- Op 18/8/2002 wordt Tabitha, een 5-jarig kind uit Congo, alleen aangetroffen op de luchthaven. De moeder is erkend vluchteling in Canada. Tabitha heeft geen visum voor België of Canada. DVZ laat haar overbrengen naar het gesloten ‘transitcentrum 127’ in Melsbroek.
- Eerst bevestigen de Canadese autoriteiten enkel dat de moeder asiel heeft aangevraagd, niet dat ze in die procedure ook erkend is als vluchteling.
- De Belgische autoriteiten gaan – in uitvoering van de dienstnota Duurzame Oplossing – in Congo op zoek naar familie die haar kan opvangen. Ze vinden enkel een neef. Die zegt dat hij als student niet in staat is zorg te dragen voor Tabitha.
- Op 16 oktober 2002 beslist een rechter dat de hechtenis van Tabitha in strijd is met het Kinderrechtenverdrag en dat ze onmiddellijk vrijgelaten moet worden.
- Op 17 oktober, dus 2 maanden na haar aankomst, en ondanks de beslissing van de rechtbank, wordt Tabitha met een vliegtuig naar Congo teruggebracht. In Kinshasa is er geen familie om haar op te halen. Na zes uur wachten neemt een vrouw die bij de Congolese inlichtingendienst werkt haar mee naar huis.
- Op 18 oktober bevestigen de Canadese autoriteiten dat de moeder van Tabitha inderdaad erkend vluchteling is en een vast verblijfsrecht heeft zodat gezinshereniging mogelijk is op aanvraag.
De gebeurtenissen halen nationaal en internationaal de pers. Na direct contact tussen premier Dehaene en zijn Canadese ambtsgenoot wordt Tabitha op 23 oktober opgehaald in Kinshasa en – op kosten van België – overgevlogen naar Canada.
De zaak Tabitha leidt ertoe dat het werk rond de voogdij over niet-begeleide minderjarigen in een stroomversnelling belandt.
Op 24/12/2002 stemt de Kamer een programmawet met daarin het hoofdstuk ‘wet op de voogdij over niet-begeleide minderjarigen’. Er zijn nog uitvoeringsbesluiten nodig om een aantal zaken te expliciteren. In 2004 start de Dienst Voogdij.
In de periode 2002-2003 doet de Senaat een onderzoek naar de problematiek van de NBM. Daarbij passeren heel wat thema’s de revue die nog actueel zijn: bevoegdheidsverdeling, voogdij, leeftijdsbepaling, verdwijningen, procedures bij CGVS en DVZ, …. De werkgroep besluit onder meer dat het terugbrengen van NBM naar hun herkomstland slechts mogelijk is als er garanties zijn voor de opvang en zorg.
P.S. In 2006 oordeelt het EHRM over de casus van Tabitha dat België zich door de opsluiting en uitwijzing heeft schuldig gemaakt aan onmenselijke vernederende behandeling, een schending van het recht op familieleven en aan een inbreuk op het recht op vrijheid en op het recht op beroep voor een rechtbank.
30/08/1998 Statuten vzw ‘t Huis
1999
7/05/1999 Opstart werking ’t Huis
‘t Huis biedt opvang aan 15 niet-begeleide minderjarigen die geen asiel aanvragen. Eerste opname op 9 juni, vanaf augustus ’99 zijn er 16 bewoners.
2000
21/12/2000 Statuten vzw Minor-Ndako
2001
2002
5/12/2002 Opstart werking Minor-Ndako in de Priemstraat in hartje Brussel, met plaats voor 15 niet-begeleide minderjarige vluchtelingen.
Uitbreiding ‘t Huis van 15 naar 20 plaatsen. De 5 extra plaatsen worden gebruikt voor de begeleiding van jongeren die zelfstandig gaan wonen.
2003
2004
Eind 2004 hebben slechts 14 jongeren in Minor-Ndako een voogd.
2005
Verbouwing in Anderlecht en verhuis Minor-Ndako naar de voormalige boerderij annex weeshuis. Dit is nog steeds de hoofdzetel van Minor-Ndako: Vogelenzangstraat, in de groene rand van Anderlecht.
2006 ‘t Huis wordt Juna
De 15 plaatsen van Juna worden opgesplitst in Primo (10) en Secondo (5), een afdeling waar adolescenten vaardigheden aanleren om zelfstandig te worden.
In Minor-Ndako is er dat jaar een uitbreiding met de opstart van leefgroep Major, de studiowerking én CBAW.
2007
Verhuis Major van Anderlecht naar Brussel
Opstart Benjamin – leefgroep jonge kinderen, Brussel
2008
Bezoek Koningin Paola aan Juna
2009
Opstart Koala – leefgroep jonge kinderen, Brussel
Eerste samenwerking tussen Minor-Ndako en Juna: de psychologen schrijven samen een stresscursus die uitgroeit tot MindSpring.
2010
Opstart Lisanga – 20 plaatsen RTJ CBAW
Minor-Ndako bereikt nu 55 jongeren, meer dan een verdubbeling van de capaciteit in 2008.
2011
2012 Fusie Minor-Ndako & Juna vzw
De fusie bundelt onze expertise en maakt een grotere en sterkere omkadering mogelijk.
Opstart Jacana – breedsporige contextbegeleiding (10) en contextbegeleiding van Benjamin en Koala
Opstart Karavanserai – woonproject in Aalst
Modulering jeugdhulp: hertekening van de capaciteit en 2 bijkomende gewaarborgde crisisplaatsen in Benjamin/Koala.
2013
2014
Opstart sportwerking – we starten een loopclub en meerdere zaalvoetbalteams. We nemen deel aan wedstrijden en organiseren ons eigen tornooi.
Opstart steunfiguren – we werven vrijwilligers die we matchen met jongeren, ze bieden jongeren de kans om betekenisvolle relaties uit te bouwen buiten de leefgroep of Minor-Ndako.
2015
Opstart Columbus – contextbegeleiding in het kader van positieve heroriëntering
2016
Opstart Junior – leefgroep RTJ voor de jongste vluchtelingen (10)
Einde Lisanga
2017
Opstart studio 54 (ombouw van Lisanga)
Opstart KWE – kleine wooneenheid – 3 woonprojecten in Kortrijk, Sint-Niklaas en Elsene
Opstart Mina – directe pleegplaatsingen van jonge vluchtelingen
2018
2019
Herorganiseren van de CBAW- en KWE-plaatsen over 5 steden – Kortrijk, Gent, Aalst, Brussel, Leuven
Opstart samenwerkingsverband 1G1P Asse-Meise-Vilvoorde – partner
Opstart samenwerkingsverband 1G1P Sonja Erteejee, Brussel – partner
2020
Uitbreiding CBAW Leuven, i.s.m. stad Leuven
Opstart Co-Kot – woonproject in Brussel
2021
Opstart Meza – veilig verblijf voor slachtoffers mensenhandel (6 meisjes)
Opstart PASO – dagkliniek voor jonge vluchtelingen, in een samenwerkingsverband tussen UPC Leuven, Emmaüs, SOS Kinderdorpen en Minor-Ndako. Leefgroep Major vangt 3 jongeren op in dit project.
Uitbreiding 1G1P – regio Halle-Vilvoorde
2022
Opstart werking Tiny House – woonproject in Gent
Opstart KWE Future Proof – woonproject voor jongeren in precair verblijf in Kortrijk
Opstart Partners in Parenting – meer hybride werken in de leefgroepen Benjamin/Koala, in samenwerking met Pleegzorg Vlaams-Brabant-Brussel, met OBC Espero/Ter Wende en Huize Levensruimte.
2023
uitbreiding Mina – netwerkplaatsingen, pleegplaatsing van jonge vluchtelingen bij bestaand netwerk in Vlaanderen (zie artikel Oekraïne)
Minor-Ndako wordt CANO-voorziening.
2024
2025
Capaciteit Minor-Ndako op vandaag
RESIDENTIEEL
22 plaatsen verblijf -12j – reguliere werking, Benjamin – Koala
10 plaatsen verblijf 0-18j – categoriale werking, Junior
38 plaatsen verblijf +12j – categoriale werking, Minor, Major, Primo, Secondo, studiowerking en kamertraining
6 plaatsen Veilig Verblijf – slachtoffers mensenhandel, Meza
AMBULANT
26 modules contextbegeleiding – reguliere werking, Jacana – Columbus
2 gezinscoaches 1G1P
Innovatieve contextbegeleiding – categoriale werking, Mina
90 modules contextbegeleiding autonoom wonen – categoriale werking, CBAW Kortrijk, Gent, Aalst, Brussel, Leuven, inclusief 2 KWE’s en de woonprojecten Karavanserai, Co-Kot, Tiny House
In de jaren 90 ontwikkelde zich de (federale) opvang voor AMA’s, alleenstaande minderjarige asielzoekers. NBM die geen asiel aanvroegen bleven in de kou staan.
In het kielzog van de ontwikkeling van gespecialiseerde opvang voor (volwassen) slachtoffers van mensenhandel, komt er ook een vraag naar opvang voor minderjarige slachtoffers.
De oprichtingsakte van ’t Huis telt niet minder dan 35 stichtende leden.
Waaronder Paul De Witte die voorzitter was van de opstart van ‘t Huis tot de fusie met MN. En enkele medewerkers die er vanaf de start bij waren, waaronder Karine Boel zelfs tot vandaag.
De oprichtingsakte van Minor-Ndako vermeldt slechts 4 namen.
We zijn alle stichters en alle bestuurders die later toegetreden zijn en een steentje of heel rotsmassief hebben bijgedragen dankbaar.
Maar deze vrijwilligers verdienen een aparte vermelding:
- Johnny De Mot – priester, medeoprichter en voorzitter van Pag-Asa en tal van vzws tegen kansarmoede en uitsluiting zoals Adzon; Zorgwonen (nu Lhiving); De Overmolen, Baita, …
- Herwig Teugels – destijds directeur van Adzon, nu van het Kenniscentrum Welzijn, Wonen en Zorg; oprichter en bestuurder van tal van (vooral Brusselse) vzws waaronder opnieuw Pag-Asa, van 2002 tot 2018 voorzitter van Minor-Ndako.
- Heidi De Pauw – was een van de eerste medewerksters van Child Focus. In 2002 publiceerde Child Focus haar studie ‘De verdwijning van niet-begeleide minderjarigen en niet-begeleide minderjarige slachtoffers van mensenhandel’, een onderbouwd pleidooi om evenveel werk te maken van de verdwijning van een NBM als van enig ander kind. Dat vergrootte de druk op de Gemeenschappen om in de jeugdhulp initiatief te nemen m.b.t. de opvang van niet-begeleide minderjarigen. Ze was directrice bij Pag-Asa van 2005 tot 2011, om vervolgens CEO te worden van Child Focus. Ze was voorzitter van Minor-Ndako van 2019 tot 2024.
De bevoegdheidsstrijd: AMA’s versus NBM
Ergens in de jaren ’90 is beslist dat het federale niveau verantwoordelijk is voor de opvang van asielzoekers, met inbegrip van minderjarigen, de AMA (alleenstaande minderjarige asielzoeker). Dus zijn de gemeenschappen bevoegd voor niet-asielzoekers? De Vlaamse en Franse Gemeenschap verzetten zich tegen een generiek aanbod voor NBM (niet-begeleide minderjarigen) naargelang het statuut. Bijzondere Jeugdzorg is er voor kinderen en jongeren met bijzonder zorgnoden.
Het eerste opvangcentrum dat AMA’s opvangt is het Klein Kasteeltje, daarna volgen ook andere OC met een afdeling voor NBM: Kapellen, Sint-Truiden, Florennes, …
Rond die groep AMA’s (asielzoekers) ontwikkelt zich een aanvullend hulpaanbod:
- Het eerste private initiatief is Mentor– Zakenman François Casier ontmoet een jongere die in het Klein Kasteeltje verblijft. Hij is getroffen door de situatie en de uitdagingen die het meebrengt om een alleenstaande minderjarige te zijn. Hij ondersteunt een aantal jongeren en start in 1993 een initiatief Mentor, peterschap voor AMA’s. Later werkt Mentor samen met een dienst die woonbegeleiding aanbiedt, Escale.
- Vanaf 1999 reserveert vzw Joba, een dienst begeleid wonen in Antwerpen, een aantal plaatsen voor alleenstaande jonge vluchtelingen. Ze beginnen met 6 plaatsen maar al gauw wordt dat aantal opgetrokken naar 16. Vanaf 2003 wordt Joba Vluchtelingenwerking een aparte afdeling van de vereniging.
In 2000-’01 is er een opvangcrisis. Om plaats te maken in de centra komen er LOI’s (lokaal opvanginitiatief) bij de OCMWs. De LOI-financiering wordt ook gebruikt voor de opening van centra voor AMA’s: De Lier en De Bilck bij Ons Tehuis in Ieper en het Centre MENA van het OCMW van Assesse. Dit zijn speciale projecten. Later volgen er ‘gewone’ LOI met een aangepast programma voor NBM met internationale of subsidiaire bescherming, vanaf 16j.
De opvang van NBM (niet-asielzoekers) komt veel trager op gang. In 1999 start ’t Huis in Aalst, met opvang van NBM niet-asielzoekers, in het kader van Jeugdzorg. Wellicht leidt de opvangcrisis van de volgende jaren tot meer goodwill bij de Gemeenschappen, want in 2002 komen er 3 jeugdzorgcentra bij: El Paso in Gembloux, Esperanto MENA (enkel NBM vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel) en Minor-Ndako in Brussel.
- In de omzendbrief WEL 99/06 stelt de Vlaamse minister van Welzijn dat de Bijzondere Jeugdzorg bevoegd is om NBM op te vangen die geen asiel aanvragen in geval er sprake is van een POS (problematische opvoedingssituatie).
Tot 2004 blijven de werelden van AMA’s en NBM nog behoorlijk gescheiden. Kort na de opstart van de voogdij opent het OOC (onthaal- en opvangcentrum) van Neder-over-Heembeek. Hieruit groeit het 3-fasensysteem dat tot op vandaag gangbaar is: na een 1,5 maand in het OOC volgt de aanduiding van de voogd en wordt de jongere toegewezen aan een 2de fase centrum. Alle NBM passeren langs de OOC, zelfs al zijn zij niet-asielzoeker.
- De Dienstnota 2006-1 herbevestigt dat de Bijzondere Jeugdzorg bevoegd is voor de opvang van NBM die geen asiel aanvragen. Maar wanneer er sprake is van een POS kan een AMA ook in aanmerking komen voor Jeugdhulp. Uitstroom naar niet-categoriale jeugdhulp kan voor zover dit verantwoord kan worden (POS). Na kritiek volgt Dienstnota 2006-2 die de rol en bevoegdheid van de voogd in het traject van de minderjarige erkent.
In de praktijk zitten er veel AMA’s in de Vlaamse Jeugdhulp. Wanneer is een situatie een POS? Als een kind hier zonder ouders is, is dat niet sowieso een problematische opvoedingssituatie? Is een kind van 10j dat asiel aanvraagt, een ‘asielzoeker’ of een kind dat kleinschalige hulp nodig heeft? Moet een jongere die een negatief antwoord heeft gekregen op asiel, verhuizen naar een voorziening van de jeugdhulp? Ook jongeren die feiten hebben gepleegd (asielzoeker of andere) komen via de jeugdrechtbank in de jeugdhulp terecht. In de hulpverlening groeit de gedachte dat niet het statuut maar de hulpnood of kwetsbaarheid moet bepalen wie kleinschalige opvang krijgt.
In 2009 – ’10 is er opnieuw een opvangcrisis. De centra zitten vol, noodgedwongen worden NBM ondergebracht in hotels. Het lijkt van buitenaf misschien anders, maar de condities zijn allesbehalve idyllisch: met 6 of 8 op een kamer, karig voedsel, weinig info, wachten tot er een plaats vrijkomt in de opvang. Gelukkig komt Klaartje Ory van BON 3 maal per week de jongeren ophalen voor een activiteit.
- In die periode opent De Oever een leefgroep voor NBM in Genk, Fonto Nova.
- Cirkant vzw (Turnhout) en Minor-Ndako krijgen middelen van het Europees Vluchtelingenfonds om AMA’s met een erkenning te begeleiden bij de overgang naar zelfstandig wonen.
- (Maar de Lier en de Bilck van Ons Tehuis worden gesloten).
In 2014 maken we de overgang van Bijzondere Jeugdzorg naar Integrale Jeugdhulp. De Dienstnota van 2006 vervalt. Iedere voogd of opvangmedewerker kan een jongere aanmelden voor Integrale Jeugdhulp via de ‘brede instap’.
In 2015-’16 is er opnieuw een opvangcrisis. Een lange rij vluchtelingen stapt van Turkije naar het Westen. Daarbij ook heel wat heel jonge niet-begeleide minderjarigen.
- Minor-Ndako wil er zijn voor de meest kwetsbare NBM en probeert zo veel mogelijk plaatsen vrij te maken. Op enkele maanden tijd worden 35 NBM jonger dan 14 opgevangen. Leefgroep Primo wordt een leefgroep voor jonge kinderen (7-14 jaar). In 2016 komt er nog een tweede leefgroep bij voor die jongste groep (Junior). Door afspraken met Agentschap Opgroeien is onmiddellijke opname mogelijk op basis van leeftijd en ongeacht het statuut.
- Ook in 2016 komt er een conventie tussen Fedasil en Opgroeien met betrekking tot 145 opvangplaatsen voor NBM. De Franse Gemeenschap sluit een gelijkaardige overeenkomst af voor 120 plaatsen, maar met andere opnameregels. De opvang gebeurt telkens bij voorzieningen van Jeugdhulp.
- Hetzelfde jaar eindigt Lisanga (het EVF-project van Minor-Ndako voor begeleiding naar zelfstandig wonen van NBM – erkende vluchtelingen). Maar Opgroeien biedt een opvolger: 100 rechtstreeks toegankelijke begeleidingsplaatsen voor jongeren met een wettig verblijf, verdeeld over De Oever, Joba (nu deel van vzw De Kiosk) en Minor-Ndako.
Sinds de jaren ’90 is de verhouding tussen de federale opvang en de jeugdhulp geëvolueerd. De stellingenoorlog over asielzoekers versus niet-asielzoekers heeft plaats gemaakt voor een voorzichtige en voorwaardelijke samenwerking.
We zien dat het federale overheid zich steeds meer engageert voor niet-asielzoekers. Sinds 2022 worden ‘NBM op doorreis’ opgevangen door Samu-Social met federale middelen. In 2025 start Samu-Social een ander opvangproject voor ‘Maghrebijnse zwerfjongeren’, ook met federale middelen.
Zwerfjongeren? Dakloze minderjarigen, een leven gekenmerkt door druggebruik en criminaliteit, is dat niet bij uitstek een ‘problematische opvoedingssituatie’? Die jongeren worden al sinds 1999 aangetroffen in alle grote steden van het land (niet enkel Brussel) en zijn vaste klant bij de Gemeenschapsinstellingen. Het engagement van de Gemeenschappen is gegroeid, maar blijft toch heel erg met de rem op.
Na jaren van groei lijken we nu af te stevenen op afbraak. Een concreet plan is de afbouw van de LOI. Daarmee valt een belangrijke tussenstap tussen opvang en zelfstandig wonen weg. Adolescente NBM met een wettig verblijf zijn een risicogroep voor thuisloosheid: anderstalig, nieuwkomer, nooit een maandbudget beheerd, geen ervaring met zelfstandig wonen, laat staan in een complexe samenleving als de onze. De vraag naar hulpverlening is vele malen groter dan het aanbod.
Vandaag zijn meer jeugdhulpvoorzieningen aan de slag met NBM dan ooit tevoren. Dat is een goede zaak maar blijft een uitdaging. Andere talen en culturen, de verschillende verblijfsstatuten met elk hun eigen mogelijkheden en beperkingen, dat brengt een grote complexiteit mee. De samenleving zelf wordt meer divers. De ervaring die we opdoen bij het werken met NBM, die kennis en knowhow zijn meer dan ooit nuttig en nodig in de Jeugdhulp en het maatschappelijk werk.
Dit artikel focust op de ontwikkeling rond NBM in de Jeugdhulp en op de verhouding Federaal – Gemeenschappen. Het staat te weinig stil bij de ontwikkeling van de federale opvang en doet geen recht aan het werk van alle medewerkers van Fedasil en partnerorganisaties. Die hebben samen het gros van de NBM opgevangen en dit in (materieel, organisatorisch, personeelskader, …) veel moeilijker omstandigheden dan in Jeugdhulp het geval is.






